De thuisreis van Gosse
 

Een Shelltanker opgelegd in een Engelse haven. (Foto: World Ship Society)

 

Zomaar een verhaal van een zeeman die met de kerst thuiskomt na een half jaar wachtlopen in een Engelse haven. Het speelt in een tijd dat zeelui bij aankomst in Amsterdam of Rotterdam nog niet met de auto door de familie opgehaald werden, maar meestal in hun eentje nog een dag verder moesten reizen door Nederland. Ik heb in dit verhaal elementen verwerkt uit de boeiende verhalen waarmee onze voormalige leraar scheepswerktuigkunde, dhr. Cor de Graaf, zijn lessen opfleurde in het begin van de zeventiger jaren.
Het was in de vroege morgen van 23 december 1960. Het regende in Rotterdam. Een oude Shelltanker van zo'n 6000 ton, de GYROTOMA, meerde aan bij de afbouwkade van Scheepswerf Feijenoord.  Op de kade stond een taxi te wachten. Een paar van de opvarenden kwamen met hun koffers van boord en werden door de taxi naar het Centraal Station van Rotterdam gebracht. Eén van hen was Gosse, een Terschellinger. Sinds een half jaar werkte Gosse als tweede machinist bij Shelltankers. Gosse had eerst zes jaar op de wilde vaart gezeten. Veel gevaren bij de Shell had Gosse nog niet.  Er was overcapaciteit in de tankvaart en de Shell had vier oudere tankers, waaronder de GYROTOMA, opgelegd in Liverpool. Gosse had samen met een eerste stuurman, een leerling-machinist en een paar Chinezen  op de tankers moeten passen. Het betekende zes maanden wachtlopen in Liverpool.

Gosse reisde alleen verder met de trein via Amsterdam naar Alkmaar. Vandaar wilde hij met de bus verder naar Harlingen. Hij was moe en voelde zich slap. Omdat hij te vroeg in Alkmaar was voor de bus naar Harlngen besloot Gosse eerst maar eens wat te aan eten. In de buurt van het station was een Chinees restaurant. Gosse ging er naar binnen. Het was een echt Chinees retaurant. Sober ingericht en meer personeel dan klanten. "Goedemo'gen" wensten de vriendelijk lachende kelners hem toe. Gosse knikte. Hij mocht de Chinezen wel. De ploeg Chinezen die hij aan boord in Liverpool had leren kennen waren harde werkers. Alleen hun baas 'number one' kon Engels verstaan. Alle bevelen voor de groep Chinezen gingen via hem. Als Gosse of de eerste stuurman aanmerkingen op hun werk hadden meldden ze dit bij 'number one' en deze corrigeerde zijn ondergeschikten. Goedschiks en soms ook kwaadschiks.

Toen Gosse zijn eten op had voelde hij zich een stuk beter. Er kwam een Chinees echtpaar binnen. Een paar tafels verderop gingen ze zitten vriendelijk lachend naar Gosse. Gosse die een paar woorden Chinees van de number one aan boord had geleerd riep "Chau Wau". Chinees voor "Goedemorgen" meende Gosse. Heel even zagen de Chinezen verbaasd, maar begonnen opeens hard te lachen en riepen in koor van alles naar Gosse. Gosse glimlachte. Hij had succes met zijn Chinees. Hij wist nog wel meer woorden in het Chinees. Maar die waren niet geschikt voor een net Chinees echtpaar. Om één uur vertrok de bus naar Harlingen.  Gosse stapte in. De geur van leer vermengd met sigarettenrook kwam hem tegemoet. Hij ging voorin zitten en probeerde wat te slapen.  Was het de schommellende bus of het Chinese eten?  Gosse wist het niet. Maar toen hij een paar uur later in Harlingen uit de bus stapte voelde hij zich licht in het hoofd. Het zou wel vermoeidheid zijn. Er stond een stevige noordwester wind in Harlingen maar het was ondertussen droog geworden. Het was half twee. Gosse had nog een uur voordat de boot naar Terschellng vertrok. Hij ging naar café Bambach aan de Zuiderhaven waar nog een paar eilanders zaten te wachten op de boot. Gosse zag geen bekenden. Er was op de nieuwe veerbootkade sinds kort ook een restaurant. Maar Gosse was er niet de man naar om zomaar van zijn oude gewoonten af te wijken.

Om half drie vertrok de nieuwe FRIESLAND  naar Terschelling. Gosse was benedendeks gaan zitten. De salon was nog leeg en Gosse wilde net even op de bank gaan liggen toen er een man en een vrouw en drie kinderen de salon binnenkwamen. Ze gingen aan het tafeltje naast dat van hem zitten. De kinderen probeerden alledrie tegelijk door het patrijspoort te kijken en kregen toen ruzie. De rust in de salon was verstoord. Gosse troostte zich met de gedachte dat hij over een paar uur thuis zou  zijn bij zijn vriendin Maam. Gosse en Maam hadden trouwplannen. Allebei spaarden ze ervoor. De laatste zes maanden in de haven van Liverpool hadden hem toch nog veel geld gekost. Gosse was niet een echte stapper maar als je zolang in een haven ligt en er is alleen maar wat onderhoudswerk te doen op de schepen, dan wilde je 's avonds nog wel eens weg.

Met de eerste stuurman en de leerling ging hij dan naar de 'Seven Steps'. Het was een havencafé vlakbij het Huskisson Dock waar de vier oude Shelltankers waren opgelegd. De eerste stuurman  was een Groninger, een serieuze vent. De leerling was een jongen uit Hengelo. Rossig haar en een brilletje op. Het was voor zo'n jongen niet gemakkelijk om op zijn achttiende voor het eerst aan boord van een schip te komen. Dat wist Gosse maar al tegoed. Toen hijzelf voor het eerst naar zee ging had hij de eerste maanden niet veel anders dan 'ja' en 'nee' gezegd. Als iemand hem had gevraagd of hij al een vriendin had, had hij dit met een rood hoofd ontkent. Alle adviezen die hij van de mannen, die het allemaal wel wisten, kreeg over hoe je met vrouwen om moest gaan had Gosse schaapachtig lachend aangehoord. Hij was een echte Terschellinger, bescheiden en zwijgzaam. Gosse vond dat ook een goede houding voor iemand die voor het eerst 'ergens komt kijken'.  Maar in Hengelo dacht men daar blijkbaar anders over. "Bij ons in Hengelo.......", zo begon de jongen steevast met zijn Twents accent ieder verhaal wat hij vertelde. En hij had daar in Hengelo al heel wat meegemaakt. De stuurman bleef stoïcijns onder de vervelende verhalen van de leerling. Maar Gosse niet. Na twee weken, het was weer een avond in de 'Seven Steps', had Gosse hem de mond gesnoerd met een paar cynische opmerkingen over de domme verhalen van de jongen. De jongen was aanmerkelijk stiller geworden. Gosse had geen spijt van zijn opmerkingen. Zulke dingen gebeurden nu eenmaal waar rijp en groen bij elkaar zaten. De jongen zou wel weer bijdraaien.

Week na week waren voorbijgegaan in de haven van Liverpool. Gosse was niet een man met hobby's. De stuurman had zich gestort op het bouwen van plastic scheepsmodellen.  Met een doos bier erbij kon hij zich er uren mee vermaken. Gosse had op het laatst ook maar een model gekocht. De grote stukken ervan had hij snel in elkaar. Toen was hij de handleiding gaan lezen. Hij moest de vastgeplakte delen weer uit elkaar halen. De aardigheid was er nu af voor Gosse. Dan maar eens bij de leerling kijken of hij hem kon helpen met de jongen zijn takenboek. In oktober regende het dagelijks in Liverpool. De dagen werden korter en het was geen weer meer om dagelijks uitstapjes te maken in de stad.  Ze gingen nu wat vaker naar de 'Seven Steps'.   De leerling vertelde Gosse dat hij 's avonds wel eens naar de beatkelders ging in het centrum van Liverpool. Voor de verandering was Gosse een paar keer met de leerling mee geweest. Het bier was er goedkoper en de muziek die er gespeeld werd door groepjes jongeren, met namen als Beatles of Hollies, vond Gosse niet eens onaardig. Een generatie muzikanten was zich hier aan het inspelen alvorens in de komende jaren de wereld te veroveren. Maar dat konden ook de beide Hollandse zeelui toen nog niet bevroeden. In december kwam het bevrijdende bericht van het Rotterdamse hoofdkantoor. Eén van de opgelegde tankers, de GYROTOMA, zou worden verkocht aan de Venezolaanse Shell. Ze moest eerst naar Rotterdam gevaren worden voor een werfbeurt. De andere drie tankers waren verkocht aan een Schotse sloopwerf. Gosse kon naar huis.

De FRIESLAND op weg naar Terschelling. 

 
De drie kinderen, waar Gosse de salon mee moest delen, hadden een flesje chocomel gekregen en die hadden ze met veel lawaai en onnodige opmerkingen leeggeslobberd. Daarna waren ze met hun vader naar boven geweest. Ze hadden één van de Engelse weekbootjes, die leeg op weg was naar Harlingen, voorbij zien komen. Dat was een groot schip vertelde de vader zijn knderen nadat ze weer naar beneden waren gekomen.  Toen had Gosse gemeend te moeten zeggen dat het eigenlijk maar een klein vrachtbootje was van nog geen duizend ton.  Dat was niet zo beweerde de vader. Het schip was volgens hem veel groter. De kinderen zagen Gosse bestraffend aan. Gosse voelde zich beroerd.  Na een uur voer de FRIESLAND bijna op de Noordzee en het schip begon nu vervaarlijk te slingeren. De kinderen vonden het prachtig en begonnen bij ieder golfdal te joelen. Gosse, die eigenlijk nog nooit zeeziek was geweest, begon zich alleen maar beroerder te voelen en besloot de salon te verlaten en naar het dek te gaan voor wat frisse lucht. Het was koud aan dek. Na een tijdje begon hij zich wat beter te voelen. In de verte zag Gosse de Brandaris. Hij zou straks eerst naar het huis van Maam gaan.  Hij hoopte dat haar vader niet thuis zou zijn.  "U voelde zich zeker niet zo lekker beneden. U  zat zo te zweten" hoorde Gosse opeens. Naast hem stond de vader met zijn drie kinderen. Hij rookte nu een pijp. Zijn kinderen stonden Gosse aan te gapen. Gosse knikte wat suffig, wist niet wat hij moest zeggen. De man vertelde dat hij met zijn gezin de kerstdagen op Oosterend zou doorbrengen en dat het eiland zo mooi was.  Gosse knikte weer. Toen de FRIESLAND de haven van West Terschelling binnenvoer verzuchtte Gosse blij te zijn dat de reis voorbij was. Toen Gosse naar de uitgang liep hoorde hij de man tegen zijn kinderen zeggen: "Ja jongens, niet iedereen is een zeeman".